Bij Gran Canaria denken de meeste mensen aan Playa del Inglés, Maspalomas en een ligbed. Dat klopt ook, want daar ligt het grootste deel van de hotels en appartementen. Een paar kilometer landinwaarts verandert het eiland alleen compleet van karakter. Boulevards maken plaats voor bergwegen, terrassen en dorpen waar het ’s avonds stil is. Wie een vakantie Gran Canaria boekt, hoeft daar niet tussen te kiezen. Het eiland is er simpelweg te klein voor.

Vijftig bij vijfentwintig kilometer, dus een uur rijden

Gran Canaria is ongeveer vijftig kilometer lang en vijfentwintig kilometer breed, met een oppervlakte van 1.560 vierkante kilometer. Vanaf Maspalomas ben je grofweg een uur onderweg naar het binnenland. De wegen slingeren omhoog, dus reken op bochten en niet op snelweg, maar de afstanden blijven klein. Daardoor kun je vanuit een hotel aan de kust prima een dag de bergen in en ’s avonds gewoon weer aan zee eten. Een huurauto maakt dat wel een stuk makkelijker, want de dorpen en uitzichtpunten in het binnenland liggen verspreid over het eiland.

Wat er landinwaarts te zien is

Rond Roque Nublo en Pico de las Nieves kijk je uit over vlaktes, rotsplateaus en zwarte kliffen. In Agüimes loop je door smalle straatjes tussen traditionele huizen. Halverwege de kust en de bergen ligt Puerto de Mogán, bekend om de kanaaltjes en bruggetjes. Een dag kan er dus zo uitzien: ’s ochtends wandelen rond Roque Nublo, daarna door Agüimes lopen en op de terugweg nog even langs de duinen van Maspalomas. Met een huurauto past dat allemaal in dezelfde week, zonder dat je van hotel hoeft te wisselen.

Waar je op dit eiland slaapt

Het aanbod is niet gelijk verdeeld over het eiland. Verreweg de meeste verblijven staan aan de kust, in en rond Playa del Inglés, Maspalomas, Puerto de Mogán en Las Palmas, van appartement tot vijfsterrenresort in Meloneras en adults-only hotels. Landinwaarts vind je kleinschaliger adressen, maar de keuze is daar een stuk beperkter en je bent er voor bijna alles op de auto aangewezen.

Voor de meeste reizigers werkt de kust daarom als uitvalsbasis het best, met het binnenland als dagtocht. Wil je juist bijzonder overnachten en hoort de omgeving net zo goed bij je vakantie als het zwembad, dan is het de moeite waard om ook landinwaarts te kijken en daar wat langer voor te zoeken.

Kies eerst de kant van het eiland

Handiger dan meteen op hotels klikken is dus om eerst te bepalen waar je wilt zitten: dicht bij het strand, dicht bij de bergen, of in een rustiger dorp ertussenin. Na een rechtstreekse vlucht van ruim vier uur wil je dat niet ter plekke uitzoeken. Bij Prijsvrij staan de verblijven per plaats gerangschikt, zodat je vooraf ziet wat er in elke badplaats beschikbaar is en hoeveel er buiten die plaatsen te vinden valt.

Reacties op dit artikel

Instagram